DUATLON PITTEM

foto's: Bart Claeys | verslag: Pieter Van Compernolle

Zaterdag 20 mei, het is licht bewolk en in de verte dreigen enkele buien dichterbij te komen. Het zal uiteindelijk de hele middag droog blijven (in tegenstelling tot vorig jaar), een ideaal weertje dus voor de tweede editie van de sprintduathlon in Pittem. Aan de start ondermeer een twintigtal ITTT’ers, enkele van hen, waaronder mezelf, voor hun eerste kennismaking met de sport.

Iets voor 15u gaan we van start en zoals bij de meeste duathlons ligt het tempo onmiddellijk heel hoog. Ik heb het gevoel dat iedereen me voorbij steekt. Mijn TomTom horloge toont 16km/h. “Oeps… dat hou ik niet vol”. Ik pas mijn tempo aan en zie dat de anderen dit ook doen. “Oef, we zijn mee met den hoop.”

Na twee rondjes op een plaatselijk uitgezet parcours draaien we af naar de parking voor de sporthal en wisselen we onze loopschoenen om voor de fiets. Bij het uitrijden van de wisselzone zie ik Jelle in mijn buurt en samen gaan we op weg. Scherpe bocht naar links, lange bocht rechtsaf, direct weer links, optrekken naar volle snelheid, terug afremmen, scherpe bocht naar rechts, hobbel de bobbel over het ‘herstelde’ wegdek, terug bocht naar links, oppassen voor de steentjes… We wisten het op voorhand, het bochtig fietsparcours is specialistenwerk. (De woensdag voor de wedstrijd hadden enkele enthousiaste ITTT’ers namelijk een verkenning georganiseerd.)

Samen met nog een andere deelnemer gaan we met ons drietjes de tweede ronde in. Iets verderop zien we in de verte een van onze ITTT dames. Het BMW logo van ‘Le Couter’ op haar rug wordt langzaam groter en we komen dichterbij. Het is Kathleen, ze heeft een lastig momentje vermoeden we en we geven haar een bemoedigend tikje op de rug. “Goe bezig, Kathleen”, roepen we. Dames mogen niet stayeren bij de heren, jammer voor Kathleen, maar we moeten haar achterlaten.

Iets voor we de derde ronde ingaan, krijgen we het gezelschap van een grotere groep met daarbij bekend volk. Ik meen Dominique, Wies en Frederik te herkennen. Het wordt wringen vooraan en een valpartij wordt net vermeden. Jelle moet hierdoor jammergenoeg de groep laten gaan en volgt nu op korte afstand. De ronde wordt vervolmaakt en we kunnen weer gaan wisselen. Ik maak mijn helm iets te vroeg los en krijg een berisping. Ja, streng zijn ze wel, maar het is terecht. Ik laat het jurylid zijn zeg doen en kan weer verder.

Ze hadden me gewaarschuwd op voorhand: “Lopen na het fietsen, dat is wadde”. En ik moet ze gelijk geven. De eerste 500m nadat je van je fiets komt zijn euh… ‘iets speciaals’. Na 2,5 km zit het er dan bijna op… nog even goed opletten waar de finish weer juist ligt… ah juist daar zie ik het… “We zijn er, joehoe…”. Heel wat leden van de club kwamen supporteren en wachtten de deelnemende collega’s op aan de finish. De complimentjes vliegen in het rond en iedereen lijkt tevreden. Jan Petralia wint de wedstrijd met ruim een minuut voorsprong op de tweede.

 

 

PS: Enkele weken na de wedstrijd kom ik tijdens een zwemtraining aan de praat met een koppel in het Tieltse zwembad. De dame in het gezelschap vertelt me over haar triathlonervaring en ik vertel trots over mijn deelname aan “poco loco”. De jongen is wat aan het meeluisteren en ik vraag hem of hij ook triathlons doet. Hij zegt me dat hij het meer voor duathlon heeft. “Dan heb je misschien deelgenomen in Pittem?”, vraag ik geinteresseerd. “Ja”, zegt hij, “Ik heb gewonnen”…